Selecteer een pagina

Afgifte van warmte

In principe zijn er drie mogelijkheden waarop een haard zijn warmte kan afgeven:

  • warmtegeleiding
  • stralingswarmte
  • convectiewarmte

Warmtegeleiding

Bij warmtegeleiding wordt er door het directe contact tussen warm en koud warmte overgedragen. Hoe snel dat gaat is afhankelijk van of een stof een goede of een slechte warmtegeleider is.

Laten we een voorbeeld geven:
Een koude stalen stoel voelt onaangenaam, omdat het zitgedeelte koud blijft als je erop gaan zitten. Omdat metaal een goede warmtegeleider is, wordt onze lichaamswarmte snel afgevoerd. Hout daarentegen is een slechte warmtegeleider. Een koude houten stoel wordt als minder onaangenaam ervaren, omdat hout niet zo snel onze lichaamswarmte opneemt.

Stralingswarmte

Stralingswarmte wordt in de vorm van elektromagnetische golven van een warm object aan een ander object afgegeven. Het beste voorbeeld van stralingswarmte is de zon. Op een zonnige winterdag warmt de zon, ondanks vorst of lage temperaturen, ons gezicht.

In het geval van een open haard worden allereerst de tegels, stenen platen of andere materialen die geschikt zijn om warmte op te slaan verwarmt. Deze vlakken stralen vervolgens de opgeslagen warmte af aan de omgeving (bijvoorbeeld aan de muren van de kamer of aan ons lichaam).

Wanneer de muren warmer zijn dan ons lichaam, dan ervaren we deze warmte als positief en aangenaam. Zijn de muren koud, dan straalt ons lichaam warmte af en dat ervaren we als onaangenaam en gaan we rillen. Dit verklaart waarom ons gezicht lekker kan “gloeien” voor een open vuur, terwijl de koude rillingen over je rug lopen.

Door stralingswarmte worden geen luchtstromen in beweging gezet en er ontstaat ook geen tocht die we als onaangenaam beschouwen. Hoe groter het object is dat straling afgeeft (afgifte temperatuur ligt het liefst tussen de 30 en 100 ÂșC), hoe behaaglijker de mens de warmte ervaart.

Convectiewarmte

Bij convectiewarmte gaat we uit van het principe dat koude lucht zich verwarmt aan de hete haard. Warme lucht is lichter dan koude lucht en daarom stijgt de verwarmde lucht op waar het zich vermengt met de kamerlucht. Na een bepaalde tijd begint de lucht weer af te koelen en daalt weer naar beneden en dan begint het hele proces weer van voren af aan.

Formeel gezegd: convectiewarmte is warmteoverdracht via stroming die ontstaat door verschillen in dichtheid als gevolg van verschillen in temperatuur. Convectie kan niet ontstaan in vaste stoffen, alleen in gassen en vloeistoffen.

Eenvoudig gezegd: convectieverwarming is luchtverwarming of verwarming via warme lucht.

Veel mensen vinden convectiewarmte geen fijne warmte omdat er een constante luchtbeweging is. Vanwege dezelfde reden wordt ook een airco als onaangenaam ervaren. Het wordt nog onaangenamer wanneer stof in de luchtbeweging wordt meegenomen. Dat geeft niet alleen problemen voor mensen die allergisch zijn voor stof, maar ook verkoudheden en ontstekingen/infecties kunnen een gevolg zijn.

Hoe veel en hoe snel de warmte via de lucht wordt afgegeven hangt af van het soort haard. De warmte doorvoer van een gietijzeren haard is bijvoorbeeld zeer hoog, doordat de haard na het aansteken heel snel warm wordt. Deze warmte kan dan ook snel aan de omgeving worden afgegeven. Dit is een handige eigenschap als u snel warmte nodig heeft. Het nadeel is dat deze haard ook weer snel weer afkoelt.

Bij betegelde haarden of speksteen haarden is de warmte doorvoer veel kleiner met als gevolg dat de warmte vele malen langzamer wordt afgegeven. Hierdoor heb je ook niet te maken met sterke luchtbewegingen. Aan de andere kant duurt het langer voordat de haardmassa is verwarmd en men moet dus vooraf plannen wanneer de warmte nodig cq. gewenst is.

Luchtwarmte

Luchtwarmte is in tegenstelling tot stralingswarmte en geleiding, een indirecte vorm van warmteoverdracht. De warmte van een convector wordt niet rechtstreeks op ons lichaam overgedragen, maar via tussenkomst van de kamerlucht als transportmiddel.

rfwbs-sliderfwbs-sliderfwbs-sliderfwbs-slide