Het zagen van de boom
Voorbereiden en bepalen van de velrichting zijn essentieel bij het zagen van de boomVoorbereiding
Om te kunnen zagen heb je een vrij werkgebied nodig. Daarom moet eerst het omliggende belemmerende kreupelhout cq. struikgewas worden weggehaald. Alles wat in de beoogde valrichting ligt als ook wat op de vluchtweg ligt moet weg. De vluchtweg strekt zich in een hoek van 45º achter de boom weg. Zodra de boom valt, trek je je via deze vluchtweg terug tot je op een veilige afstand bent. Om direct bij de boom te komen moeten eventueel eerst takken worden afgezaagd. Deze stap in het proces gebeurt met draaiende ketting van boven naar beneden. De boomstam bevindt zich te allen tijde tussen het lichaam en de zaag! Snoei alleen tot schouderhoogte. Daar komt nog bij dat ook de voet van de stam vrijgemaakt moet zijn van gras en stenen.
Bekijk de te vellen boom heel goed en beantwoordt dan eerst de volgende vragen:
- Hoe dik is de boom? Welke zaagtechniek is noodzakelijk?
- Helt de boom naar een bepaalde richting? Om dit te kunnen beoordelen moet u alle kanten van de boom bekijken.
- Is er ergens een leegte waar de boom kan vallen?
- Zijn er losse takken die naar beneden dreigen te vallen?
- Bestaat het gevaar op verrotting die de stabiliteit van het hout beïnvloedt?
Bomen met een stam doorsnede < 15 cm
Bomen die een stam doorsnede hebben die kleiner is dan 15 cm. worden met een diagonaalsnede geveld. Dat betekent dat de boom met een vlakke snijhoek (ca. 35º) wordt afgezaagd. Bij het zagen staat men met de rug naar de valrichting. Na het afzagen stapt men snel terzijde. Wanneer bomen dichtbij elkaar staan, dan kan het wel eens gebeuren dat een boom blijft hangen. In dat geval moet de boom over de schouder of met pakhaken worden weggedragen. Wanneer de boom te zwaar is om te tillen, dan moet de boom op een andere manier naar beneden gehaald worden. Maak op heuphoogte inkepingen (eerst aan de ene kant en dan aan de andere kant) net zo lang tot de boom vanzelf breekt.
Blijft de boom na de “velsnede” helemaal rechtop staan, dan wordt hij met twee, ca. 5 cm. van elkaar verwijderde, snedes rechthoekig op de valrichting naar beneden gehaald. De onderste zaagsnede wordt tot op 2/3 van de diameter van de boom gezaagd; dit bepaalt de drukrichting. De tweede zaagsnede is 1/3 diep.
Belangrijk: alle vezels moeten doorgesneden zijn! Vervolgens moet er dan geduwd worden boven de bovenste snede in de richting van de opening van de onderste snede.
Bomen met een stam doorsnede > 15 cm
Voor dit soort bomen heeft men gedegen vakkennis en ervaring nodig!
Kortgezegd worden de volgende stappen ondernomen:
- Bepaal de velrichting. De velrichting welke u op het oog heeft is de richting waarmee de boom met zijn top naar de bodem komt.
- De velrichting wordt door de “valkerf” bepaald. Zet de valkerf het liefst zo dicht mogelijk bij de grond.
- De valkerf bestaat uit twee zaagsnedes. De eerste bestaat uit een horizontale zaagsnede in de valrichting (de markering op de motorzaag moet precies naar de velrichting wijzen). Zorg ervoor dat het zaagblad haakst staat op de geplande velrichting. Deze zaagsnede wordt tot een diepte van 1/5 tot 1/3 van de boomdiameter in de boom gezaagd en wel in de boomstam waar de vezels loodrecht naar boven lopen en niet in de bovengrondse wortels aan de voet van de stam. Vervolgens wordt de tweede zaagsnede ingezaagd. Dit is een schuine zaagsnede (gemaakt in dezelfde richting) die precies op het einde van de horizontale zaagsnede moet uitkomen.
- De valkerf moet een hoek hebben van tussen de 45 en 60º. De hoek mag in ieder geval nooit kleiner zijn.
- De volgende stap is dat de werkelijke velsnede gezaagd wordt net iets boven de eerste zaagsnede van de valkerf (minstens 3 cm. hoger). Stop met zagen als u bij het breekpunt bent aangekomen. Het breekpunt moet altijd minstens 1/10 van de boomdiameter breed zijn. Dus niet geheel doorzagen; het moet als een scharnier werken. Wanneer het scharnier niet goed werkt, dan zal de boom oncontroleerbaar vallen.